|
|
|
|
Wie
is George van Rossenberg?
|
George
van Rossenberg |
Directeur
George van Rossenberg is afkomstig uit een ondernemingsfamilie, waar
opa Griffioen 65 jaar geleden in Vleuten is gestart met een banketbakkerij.
Moeder Dien en vader Gerrit namen in 1964 het horecabedrijf van Ome
Cobus Huijgen over. In 1989 na omzwervingen in de horeca op de markt,
de standbouw en het buitenland is George met eetcafé de Klomp in Utrecht
begonnen. Echter de oude liefde voor banket en ijs maken borrelde steeds
weer boven. Als kind was een ijsje met mama eten bij de ijssalon een
traktatie, wat later resulteerde in een ijsopleiding. Jarenlang heeft
hij hier niets mee gedaan. In 1992 kwam hij in contact met nu een goede
vriend Gerrit Merkens van Il Mulino ijs in Utrecht en de plannen werden
gesmeed voor een eigen tearoom-ijssalon. Door de grenzeloze creativiteit
en inventiviteit van George, is Bon Chassé uitgegroeid tot een onderneming
welke naast eigen ijssalons, ijs levert aan derden. Uniek voor de ijsbranche
is de ijspromotie en de ijswagenverhuur van Bon Chassé. Sinds 1996 is
Teunis commissaris en tevens belast met relatiebeheer .
|
 |
Teunis |
naar keuze menu |
IJs historie
|
3000 jaar
voor het begin van onze jaartelling kenden de Chinezen al ijs, al was
dat 'oerijs' niet te vergelijken met ons huidige ijsje. Waarschijnlijk
bestond het ijs van de oude Chinezen uit zoete, koude vruchtensappen
die in de sneeuw van onderaardse sneeuwkelders werden bewaard.
Niemand minder dan Marco Pola beschreef in zijn dagboek al een ijsverkoper,
die hij op straat in China zag. Perzen en Indiërs namen deze wijze van
ijsbereiding over. Hun sharbates bestonden uit vruchtensappen met geschaafd
ijs. Koning Salomon zou dergelijke sharbates met welbehagen hebben genoten.
Vele eeuwen voor onze jaar telling leerden de Grieken van de Feniciërs
al hoe ijs bereid moest worden. De Griekse arts Hippocrates schreef
het voor ter genezing van verschillende ziekten. Uiteraard kenden de
Romeinen, levensgenieters als zij waren, het bestaan van ijs. Horatius,
Vergilius en Plinius berichtten er reeds over.
In Pompeji werd de eerste ijssalon opgegraven. Waarschijnlijk waren
de Romeinen de eersten die room- en vruchtenijs in de ons bekende vorm
bereidden. Tijdens de ondergang van het Romeinse rijk en de volksverhuizing
raakte de kunst van het ijsbereiden min of meer in de vergetelheid.
Later brachten de Arabieren deze kunst terug naar Sicilië. Op grote
hoogte blijft de sneeuw van de vulkaan Etna op beschutte plekken tot
ver in juni liggen. Dat leverde genoeg basismateriaal voor de ijsbereiding.
Ook heden nog behoren de ijsspecialiteiten uit de Etna-plaatsen Catania,
Acireale en Acitrezza tot de beste van Sicilië. Het merkwaardige feit
dat de aartsbisschop van Catania tot op de dag van vandaag het recht
heeft op alle sneeuw van de Etna, houdt zeker verband met deze ijstraditie.
Waar diende de sneeuw immers anders voor dan voor de bereiding van ijs?
Bij de uiteindelijke verbreiding van consumptie-ijs speelde Marco Polo
eveneens een rol. Zo rond 1300 bracht hij van zijn reizen naar China
recepten mee die alras hun weg vonden naar de Europese koningshuizen.
Toen Catharina de Medici in 1533 trouwde met de latere Franse koning
Hendrik II, nam zij een hele hofhouding van kameniersters en vooral
koks mee naar Parijs; de franse keuken was toentertijd namelijk lang
niet zo beroemd als nu.
Eigenlijk markeert deze Toskaanse import het begin van de Franse gastronomie.
Onder de vele koks bevond zich ook een gelatiere, een ijsmaker die de
ijsgerechten voor het bruiloftsdiner moest bereiden.
In de eerste helft van de zestiende eeuw ontdekte men ook dat door vermenging
van ijs en zout lagere temperaturen ontstaan. Dat verlichtte het werk
van de ijsmakers niet onaanzienlijk. De triomftocht van het consumptie-ijs
begon in het midden van de zeventiende eeuw. De Siciliaan Francesco
Procopio Coltelli opende rond die tijd in Parijs een ijssalon. Zijn
succes was enorm en zijn Café Procope, dat vandaag de dag in de Rue
de l'Ancienne Comédie onder de naam "Le Procope" nog altijd bestaat,
werd in de kortste keren beroemd en inspireerde anderen zijn voetstappen
te volgen.
In 1685 waren er in Parijs al circa 250 Limonadiers de Glaces de Fruits
et de Fleurs, ijsbereiders dus, die ook een eigen gilde vormden.
Terzelfder tijd viel een ontwikkeling waar te nemen die het ijsbereiden
een verdere impuls gaf: de uitvinding van de sorbetière, een soort roerwerk
in een bak ijs. Tijdens het bevriezen wordt het ijs daarin tegelijkertijd
met lucht verrijkt, wat een romige consistentie oplevert. Een paar zaken
die de verdere verbreiding van consumptie-ijs ondersteunden, mogen niet
onvermeld blijven. Aan het eind van de achttiende eeuw verscheen het
eerste receptenboek voor consumptie-ijs, geschreven door Charles Mytilène.
Hij kende al toepassingen van ijs voor bombes, charlottes en taarten.
De koeltechniek die zich bedient van de verdamping van ammoniak, maakte
het al in de eerste helft van de vorige eeuw mogelijk grote hoeveelheden
ijs te vervaardigen en op te slaan. De eerste echte consumptie-ijsfabriek
werd in 1851 in de USA geopend en enige tientallen jaren later kon men
ook in Europa het eerste industrieel bereide consumptie-ijs kopen. De
grote doorbraak kwam echter na de Tweede Wereldoorlog - niet in de laatste
plaats door de invloed van de Amerikanen.
|
| |
Generaal Chassé
|
Chassé |
|
Een van Tiels grootste
zonen, verdediger van de Citadel van Antwerpen. Op 18 maart 1765 werd
te Tiel, in het huis Kalverbosch 4, geboren David Hendrik Chassé, zoon
van de majoor Karel Johan Chassé.
Als telg van een echt militair geslacht werd ook de jonge David voor
de krijgsdienst bestemd.
|
Reeds op tienjarige leeftijd diende hij als cadet bij het regiment van
zijn vader en nauwelijks 16 jaar oud, kreeg hij zijn aanstelling tot
2e luitenant. Toen hij enkele jaren later onder patriottische invloeden
kwam, nam hij zijn ontslag als officier in het leger van de Prins van
Oranje, trad in dienst bij de patriotten, week met hen uit naar Frankrijk
en trad in Franse krijgsdienst. Toen in 1794 de legers van Pichegru
ons land binnenvielen, maakte de 29-jarige luitenant-kolonel Chassé
als commandant van het 3e Bataljon Lichte Infanterie van de Brigade
Daendels daar deel van uit.
|
Prins van Oranje
|
Na de uitroeping van de Bataafse Republiek trad hij in dezelfde rang
weer in Nederlandse dienst. Als kolonel maakte Chassé tal van Franse
veldtochten mee, het bevel voerend over een geheel Franse divisie. Voor
zijn dapper optreden werd hij benoemd tot Ridder in het Legioen van Eer.
Bij het herstel van Neerlands onafhankelijkheid bood Chassé zijn diensten
aan Koning Willem I aan. In de slag bij Waterloo stond hij als Luitenant-Generaal
tegenover Keizer Napoleon en ook toen onderscheidde hij zich door moedige
en beleidvolle daden. Op 30 juli 1815 ontving hij uit handen van de
Prins van Oranje het Commandeurs-kruis der Militaire Willemsorde.
|
Koning Willem I
|
Het laatste grote wapenfeit van Generaal Chassé was de verdediging van
de Citadel van Antwerpen in 1832. Koning Willem I had hem de opdracht
gegeven, de citadel niet tot het uiterste te verdedigen. "Wanneer gij
meent, dat er genoeg gedaan is voor eer en plicht, dan moet gij haar
overgeven. Zijne Majesteit wil geen roekeloze opoffering van zovele
braven en verlangt dat wanneer aan eer en plicht voldaan zal zijn, door
hun gedrag aan oud-Nederland de duurzame achting van Europa zal verzekerd
wezen, uw hooggeschat leven en kan het zijn dat van velen uwer dappere
lotgenoten voor Hem en voor het dankbare Vaderland behouden blijve".
Een Frans leger van vele tienduizenden omsingelde in November 1832 de
Citadel, wier bezetting bestond uit 117 officieren en 3.750 minderen.
Op 4 december begon een hels artilleriebombardement uit 85, later 130
vuurmonden. Een munitie-opslagplaats vloog in de lucht. Gebouwen vielen
in puin, een der buitenforten kon door de Fransen worden bezet. Op 24
december oordeelde Generaal Chassé dat aan de opdracht des Konings voldaan
was en bood een capitulatie aan. Van de bezetting waren toen 124 man
gesneuveld, 359 gewond, 66 gevangen genomen. Chassé en zijn mannen werden
als krijgsgevangenen naar Frankrijk afgevoerd; maar reeds na een half
jaar in vrijheid gesteld.
|
Uit het metaal van een zestal veroverde Franse vuurmonden werd een medaille
geslagen, de Citadel-medaille, welke uitgereikt werd aan
alle deelnemers aan de verdediging
der Citadel. Generaal Chassé is ook nog korte tijd lid van de Eerste
Kamer geweest. In 1841 werd hij gepensioneerd, in 1849 overleed hij
op 84-jarige leeftijd. Op de begraafplaats Ginneken vond hij de rust,
welke hij tijdens zijn veelbewogen leven zo weinig had gekend. In de
raadzaal van het gemeentehuis te Tiel ziet men in een vitrine de eretekenen
en onderscheidingen welke de Generaal in zijn militaire loopbaan verwierf
en welke hij aan zijn geboortestad vermaakte. Ook kan men er zijn olieverfportret
bewonderen. Maar de Citadel-medaille zal men hier niet aantreffen. Deze
siert het vaandel van het Regiment Zware Infanterie "Chassé " te Maastricht.
|
| naar keuze menu |